Terug naar Daniël 5
VSV
Statenvertaling

Daniël 5:9

Toen werd de koning Belsazar ten zeerste verschrikt, en zijn gelaatskleur veranderde in hem, en zijn grootvorsten waren verbijsterd.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 5 — omringende verzen

4

Zij dronken wijn en prezen de goden van goud en van zilver, van koper, van ijzer, van hout en van steen.

5

Op datzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die schreven op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis, tegenover de kandelaar; en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef.

6

Toen veranderde de gelaatskleur van de koning, en zijn gedachten beangsten hem, zodat de gewrichten van zijn heupen het begaven en zijn knieën tegen elkaar sloegen.

7

De koning riep luid om de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers binnen te brengen. De koning nam het woord en zeide tot de wijzen van Babel: Wie deze schrift leest en mij de uitlegging ervan meedeelt, zal in purper gekleed worden en een gouden keten om zijn hals dragen en de derde heerser in het koninkrijk zijn.

8

Toen kwamen al de wijzen van de koning binnen, maar zij konden de schrift niet lezen en de uitlegging ervan niet aan de koning bekendmaken.

9

Toen werd de koning Belsazar ten zeerste verschrikt, en zijn gelaatskleur veranderde in hem, en zijn grootvorsten waren verbijsterd.

10

Maar de koningin, vanwege de woorden van de koning en zijn grootvorsten, ging de banketzaal binnen; de koningin nam het woord en zeide: O koning, leef in eeuwigheid; laat uw gedachten u niet bang maken en laat uw gelaatskleur niet veranderen.

11

Er is een man in uw koninkrijk, in wie de geest der heilige goden is; en in de dagen van uw vader is in hem licht en inzicht en wijsheid gevonden, gelijk de wijsheid der goden; de koning Nebukadnezar, uw vader, ja, uw vader de koning, heeft hem aangesteld als hoofd van de tovenaars, de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers;

12

Aangezien in deze Daniël, die de koning Beltesazar noemde, een uitnemende geest en kennis en inzicht gevonden werden, het uitleggen van dromen, het verklaren van raadselen en het oplossen van moeilijke vraagstukken; laat nu Daniël geroepen worden, en hij zal de uitlegging bekendmaken.

13

Toen werd Daniël voor de koning gebracht. En de koning nam het woord en zeide tot Daniël: Zijt gij die Daniël, die behoort tot de gevangenen uit Juda, die de koning, mijn vader, uit Judea heeft meegebracht?

14

Ik heb van u gehoord dat de geest der goden in u is, en dat licht en inzicht en uitnemende wijsheid in u gevonden worden.