Daniël 7:2
“Daniël sprak en zei: Ik zag in mijn nachtgezicht, en zie, de vier winden des hemels beroerden de grote zee.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 7 — omringende verzen
In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, had Daniël een droom en gezichten van zijn hoofd op zijn bed; toen schreef hij de droom op en verhaalde de hoofdinhoud der zaken.
Daniël sprak en zei: Ik zag in mijn nachtgezicht, en zie, de vier winden des hemels beroerden de grote zee.
En vier grote dieren kwamen op uit de zee, het ene van het andere verscheiden.
4Het eerste was als een leeuw en had adelaarsvleugels; ik bleef toekijken totdat zijn vleugels uitgerukt werden, en het werd van de aarde opgeheven en op de voeten gesteld als een mens, en een mensenhart werd hem gegeven.
5En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer, en het verhief zich op één zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zei aldus tot hem: Sta op, verslind veel vlees.
6Daarna zag ik, en zie, een ander dier, als een luipaard, dat op zijn rug vier vleugels van een vogel had; het dier had ook vier hoofden, en heerschappij werd het gegeven.
7Daarna zag ik in de nachtgezichten, en zie, een vierde dier, verschrikkelijk en vreeselijk en buitengewoon sterk; en het had grote ijzeren tanden; het verslond en verbrak, en het vertrapt de rest met zijn voeten; en het was verscheiden van alle dieren die er voor hem geweest waren, en het had tien horens.