Terug naar Deuteronomium 12
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 12:7

En daar zult u eten voor het aangezicht van de HEER uw God en u verblijden over alles wat u ter hand neemt, u en uw huisgezinnen, waarmee de HEER uw God u gezegend heeft.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 12 — omringende verzen

2

U zult alle plaatsen volkomen vernielen waar de volken die u zult verdrijven hun goden gediend hebben, op de hoge bergen, op de heuvels en onder elke groene boom.

3

En u zult hun altaren omvergooien, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhakken en hun naam van die plaats uitroeien.

4

Zo zult u niet doen met de HEER uw God.

5

Maar naar de plaats die de HEER uw God uit al uw stammen zal uitkiezen om Zijn naam daar te vestigen, naar Zijn woning zult u zoeken, en daarheen zult u komen.

6

En daarheen zult u uw brandoffers brengen, uw slachtoffers, uw tienden, de heffing van uw hand, uw geloften, uw vrijwillige offers en de eerstgeborenen van uw runderen en uw kleinvee.

7

En daar zult u eten voor het aangezicht van de HEER uw God en u verblijden over alles wat u ter hand neemt, u en uw huisgezinnen, waarmee de HEER uw God u gezegend heeft.

8

U zult niet doen naar alles wat wij hier heden doen, een ieder wat recht is in zijn eigen ogen.

9

Want u bent nog niet gekomen tot de rust en de erfenis die de HEER uw God u geeft.

10

Maar wanneer u de Jordaan oversteekt en woont in het land dat de HEER uw God u als erfenis geeft, en wanneer Hij u rust geeft van al uw vijanden rondom, zodat u veilig woont,

11

Dan zal er een plaats zijn die de HEER uw God zal uitkiezen om Zijn naam daar te laten wonen; daarheen zult u alles brengen wat ik u gebied: uw brandoffers, uw slachtoffers, uw tienden, de heffing van uw hand en al uw uitgelezen geloften die u de HEER belooft.

12

En u zult u verblijden voor het aangezicht van de HEER uw God, u en uw zonen en uw dochters, uw dienstknechten en uw dienstmaagden, en de Leviet die binnen uw poorten is, want hij heeft geen deel noch erfenis met u.