Deuteronomium 16:10
“En gij zult het feest der weken vieren voor de HEER uw God met een vrijwillige offergave van uw hand, die gij de HEER uw God zult geven, naar gelang de HEER uw God u gezegend heeft:”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 16 — omringende verzen
Gij moogt het Pascha niet offeren binnen een van uw poorten, die de HEER uw God u geeft:
6Maar op de plaats die de HEER uw God zal uitkiezen om Zijn naam te vestigen, daar zult gij het Pascha offeren des avonds, bij het ondergaan van de zon, op de tijd dat gij uit Egypte getrokken zijt.
7En gij zult het roosteren en eten op de plaats die de HEER uw God zal uitkiezen: en des morgens zult gij omkeren en naar uw tenten gaan.
8Zes dagen zult gij ongezuurd brood eten: en op de zevende dag zal er een plechtige samenkomst zijn voor de HEER uw God: gij zult er geen werk in doen.
9Zeven weken zult gij voor uzelf tellen: begin de zeven weken te tellen van de tijd af dat gij begint de sikkel in het koren te slaan.
En gij zult het feest der weken vieren voor de HEER uw God met een vrijwillige offergave van uw hand, die gij de HEER uw God zult geven, naar gelang de HEER uw God u gezegend heeft:
En gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HEER uw God, gij en uw zoon en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet die binnen uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die onder u zijn, op de plaats die de HEER uw God uitgekozen heeft om Zijn naam daar te vestigen.
12En gij zult gedenken dat gij een dienstknecht waart in Egypte: en gij zult deze inzettingen onderhouden en doen.
13Gij zult het loofhuttenfeest zeven dagen vieren, nadat gij uw koren en uw wijn ingezameld hebt:
14En gij zult u verheugen op uw feest, gij en uw zoon en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die binnen uw poorten zijn.
15Zeven dagen zult gij voor de HEER uw God een plechtig feest vieren op de plaats die de HEER zal uitkiezen: want de HEER uw God zal u zegenen in al uw opbrengst en in alle werken van uw handen; daarom zult gij u zeker verheugen.