Terug naar Deuteronomium 2
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 2:6

U zult voedsel van hen kopen voor geld, opdat u kunt eten, en ook water zult u van hen kopen voor geld, opdat u kunt drinken.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 2 — omringende verzen

1

Toen keerden wij ons om en trokken naar de woestijn, langs de weg van de Schelfzee, zoals de HEER tot mij gesproken had; en wij trokken vele dagen rond het gebergte Seïr.

2

En de HEER sprak tot mij, zeggende:

3

U hebt lang genoeg rond dit gebergte getrokken; keer u naar het noorden.

4

En gebied het volk, zeggende: U zult door het gebied trekken van uw broeders, de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en zij zullen voor u vrezen. Neemt daarom goed in acht:

5

begin geen strijd met hen, want Ik zal u van hun land niets geven, zelfs geen voetbreedte, want Ik heb het gebergte Seïr aan Ezau tot een bezitting gegeven.

6

U zult voedsel van hen kopen voor geld, opdat u kunt eten, en ook water zult u van hen kopen voor geld, opdat u kunt drinken.

7

Want de HEER, uw God, heeft u gezegend in al het werk van uw hand; Hij kent uw tochten door deze grote woestijn. Deze veertig jaren is de HEER, uw God, met u geweest; het heeft u aan niets ontbroken.

8

En toen wij voorbij onze broeders, de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, getrokken waren, langs de weg van de vlakte, van Elath en van Ezeon-Geber, keerden wij ons om en trokken langs de weg van de woestijn van Moab.

9

En de HEER zei tot mij: Val de Moabieten niet lastig en begin geen strijd met hen, want Ik zal u van hun land niets tot bezitting geven, want Ik heb Ar aan de kinderen van Lot tot bezitting gegeven.

10

De Emieten woonden daar vroeger, een volk groot en talrijk en lang als de Enakieten,

11

die ook voor reuzen gehouden werden, zoals de Enakieten; maar de Moabieten noemden hen Emieten.