Terug naar Deuteronomium 20
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 20:13

En wanneer de HEER uw God haar in uw handen geeft, zult u alle mannen daarin met de scherpte van het zwaard slaan.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 20 — omringende verzen

8

En de hoofdmannen zullen verder tot het volk spreken en zeggen: Welke man is er die bevreesd en kleinmoedig is? Laat hem gaan en naar zijn huis terugkeren, opdat het hart van zijn broeders niet versmoelt zoals zijn hart.

9

En het zal geschieden, wanneer de hoofdmannen geëindigd hebben tot het volk te spreken, dat zij legeraanvoerders over het volk zullen aanstellen.

10

Wanneer u een stad nadert om daartegen te strijden, roep haar dan eerst vrede toe.

11

En het zal geschieden, als zij u met vrede antwoordt en haar poorten voor u opent, dat al het volk dat daarin gevonden wordt, u schatplichtig zal zijn en u zal dienen.

12

Maar als zij geen vrede met u sluit, maar oorlog tegen u voert, dan zult u haar belegeren.

13

En wanneer de HEER uw God haar in uw handen geeft, zult u alle mannen daarin met de scherpte van het zwaard slaan.

14

Maar de vrouwen, de kleinen, het vee en alles wat in de stad is, ja, al haar buit, zult u voor uzelf nemen; en u zult de buit van uw vijanden eten, die de HEER uw God u gegeven heeft.

15

Zo zult u doen met al de steden die zeer ver van u verwijderd zijn, die niet behoren tot de steden van deze volken.

16

Maar van de steden van deze volken, die de HEER uw God u als erfenis geeft, zult u niets dat adem heeft in leven laten.

17

Maar u zult hen geheel en al met de ban slaan: de Hethieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten, zoals de HEER uw God u geboden heeft.

18

Opdat zij u niet leren te handelen naar al hun gruwelen, die zij voor hun goden gedaan hebben, zodat u zou zondigen tegen de HEER uw God.