Deuteronomium 25:14
“Gij zult in uw huis geen tweeërlei maten hebben, een grote en een kleine.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 25 — omringende verzen
Dan zal de vrouw van zijn broeder voor de ogen van de oudsten tot hem naderen, en zijn sandaal van zijn voet trekken, en hem in het aangezicht spuwen, en zij zal antwoorden en zeggen: Zo zal gedaan worden aan de man die het huis van zijn broeder niet wil opbouwen.
10En zijn naam zal in Israël genoemd worden: Het huis van hem wiens sandaal is uitgetrokken.
11Wanneer mannen met elkander twisten, en de vrouw van de een naderbij komt om haar man te redden uit de hand van hem die hem slaat, en zij haar hand uitsteekt en hem bij zijn schaamte grijpt;
12Dan zult gij haar hand afhouwen; uw oog zal haar niet sparen.
13Gij zult in uw beurs geen tweeërlei gewichten hebben, een groot en een klein.
Gij zult in uw huis geen tweeërlei maten hebben, een grote en een kleine.
Maar gij zult een volkomen en rechtvaardig gewicht hebben, een volkomen en rechtvaardige maat zult gij hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEER uw God u geeft.
16Want allen die zulke dingen doen, en allen die onrechtvaardig handelen, zijn een gruwel voor de HEER uw God.
17Gedenk wat Amalek u gedaan heeft op de weg, toen gij uit Egypte uittoogt;
18Hoe hij u op de weg tegenkwam en de achterhoede van u neersloeg, allen die achteraan zwak waren, toen gij mat en vermoeid waart; en hij vreesde God niet.
19Daarom zal het geschieden, wanneer de HEER uw God u rust gegeven heeft van al uw vijanden rondom, in het land dat de HEER uw God u als erfenis geeft om het te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder de hemel zult uitwissen; vergeet het niet.