Deuteronomium 27:2
“En het zal geschieden op de dag dat gij over de Jordaan zult trekken naar het land dat de HEER uw God u geeft, dat gij grote stenen zult oprichten en ze met kalk bestrijken.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 27 — omringende verzen
En Mozes, met de oudsten van Israël, gebood het volk, zeggende: Onderhoudt al de geboden die ik u heden gebied.
En het zal geschieden op de dag dat gij over de Jordaan zult trekken naar het land dat de HEER uw God u geeft, dat gij grote stenen zult oprichten en ze met kalk bestrijken.
En gij zult daarop al de woorden van deze wet schrijven, als gij overgetrokken bent, opdat gij ingaat in het land dat de HEER uw God u geeft, een land dat vloeit van melk en honing; zoals de HEER, de God van uw vaderen, u beloofd heeft.
4Daarom zal het geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zijt, dat gij deze stenen, die ik u heden gebied, zult oprichten op de berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken.
5En aldaar zult gij voor de HEER uw God een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzeren gereedschap daartegen opheffen.
6Gij zult het altaar van de HEER uw God bouwen van gehele stenen; en gij zult daarop brandoffers brengen aan de HEER uw God.
7En gij zult vredeoffers offeren en daar eten en u verheugen voor de HEER uw God.