Deuteronomium 29:13
“Opdat Hij u heden tot een volk voor Zichzelf bevestige, en opdat Hij u tot een God zij, zoals Hij u gezegd heeft en zoals Hij uw vaderen gezworen heeft, Abraham, Izak en Jakob.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 29 — omringende verzen
En wij namen hun land in bezit en gaven het als erfenis aan de Rubenieten, aan de Gadieten en aan de halve stam van Manasse.
9Onderhoudt daarom de woorden van dit verbond en doet ze, opdat gij voorspoedig zijt in alles wat gij doet.
10Gij staat heden allen voor de HEER uw God; uw hoofden uwer stammen, uw oudsten en uw opzieners, met alle mannen van Israël,
11Uw kleinen, uw vrouwen en de vreemdeling die in uw kamp is, van de houthakker tot de waterputster toe;
12Opdat gij intreedt in het verbond met de HEER uw God, en in Zijn eed, die de HEER uw God heden met u maakt;
Opdat Hij u heden tot een volk voor Zichzelf bevestige, en opdat Hij u tot een God zij, zoals Hij u gezegd heeft en zoals Hij uw vaderen gezworen heeft, Abraham, Izak en Jakob.
En niet alleen met u maak Ik dit verbond en deze eed;
15Maar ook met hem die heden hier bij ons staat voor de HEER onze God, en ook met hem die heden niet hier bij ons is;
16(Want gij weet hoe wij in het land Egypte gewoond hebben en hoe wij door de volken getrokken zijn waardoor gij doorgegaan zijt;
17En gij hebt hun gruwelen gezien en hun afgoden van hout en steen, van zilver en goud, die bij hen waren;)
18Opdat er onder u geen man of vrouw, geen familie of stam zij, wiens hart heden afwijkt van de HEER onze God, om te gaan dienen de goden van die volken; opdat er onder u geen wortel zij die gal en alsem voortbrengt;