Deuteronomium 4:8
“En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden voor uw aangezicht geef?”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 4 — omringende verzen
Uw ogen hebben gezien wat de HEER gedaan heeft om Baäl-Peor; want alle man, die Baäl-Peor nagewandeld is, dien heeft de HEER, uw God, uit het midden van u verdelgd.
4Maar gijlieden, die den HEER, uw God, aanhingt, gij zijt heden allen levend.
5Ziet, ik heb u inzettingen en rechten geleerd, gelijk als de HEER, mijn God, mij geboden heeft, opdat gij alzo doet in het midden des lands, waarheen gij gaat om dat te erven.
6Behoudt ze dan en doet ze, want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs en verstandig volk!
7Want wat groot volk is er, dat goden heeft, die het zo nabij zijn, als de HEER, onze God, in alles waarvoor wij Hem aanroepen?
En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden voor uw aangezicht geef?
Alleen, neem uzelf in acht en bewaar uw ziel nauwgezet, opdat u de dingen die uw ogen gezien hebben niet vergeet, en opdat zij niet van uw hart wijken al de dagen van uw leven; maar onderwijs ze uw kinderen en uw kindskinderen;
10Inzonderheid de dag waarop u voor de HEER uw God stond in Horeb, toen de HEER tot mij zei: Vergader het volk bij Mij, en Ik zal hen Mijn woorden laten horen, opdat zij leren Mij te vrezen al de dagen dat zij op de aarde leven, en opdat zij het hun kinderen leren.
11En u naderde en stond aan de voet van de berg; en de berg brandde met vuur tot aan het midden des hemels, met duisternis, wolken en dikke duisternis.
12En de HEER sprak tot u uit het midden van het vuur; u hoorde de stem van de woorden, maar u zag geen gedaante; u hoorde slechts een stem.
13En Hij verkondigde u Zijn verbond, dat Hij u gebood te onderhouden, de tien geboden; en Hij schreef ze op twee stenen tafelen.