Deuteronomium 5:4
“De HEER heeft van aangezicht tot aangezicht met u gesproken op de berg, uit het midden van het vuur,”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 5 — omringende verzen
En Mozes riep gans Israël samen en zeide tot hen: Hoor, Israël, de inzettingen en de rechten die ik heden ten aanhoren van u spreek, opdat u ze leert en naarstiglijk onderhoudt en doet.
2De HEER onze God heeft een verbond met ons gemaakt in Horeb.
3Niet met onze vaderen heeft de HEER dit verbond gemaakt, maar met ons, ja met ons, die hier heden allen in leven zijn.
De HEER heeft van aangezicht tot aangezicht met u gesproken op de berg, uit het midden van het vuur,
(Ik stond te dier tijd tussen de HEER en u om u het woord van de HEER bekend te maken; want u was bevreesd vanwege het vuur en ging de berg niet op;) zeggende:
6Ik ben de HEER uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
7U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
8U zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis van iets dat in de hemel boven, of op de aarde beneden, of in de wateren onder de aarde is;
9U zult u voor die niet neerbuigen noch hen dienen; want Ik, de HEER uw God, ben een na-ijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, tot het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,