Deuteronomium 5:9
“U zult u voor die niet neerbuigen noch hen dienen; want Ik, de HEER uw God, ben een na-ijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, tot het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 5 — omringende verzen
De HEER heeft van aangezicht tot aangezicht met u gesproken op de berg, uit het midden van het vuur,
5(Ik stond te dier tijd tussen de HEER en u om u het woord van de HEER bekend te maken; want u was bevreesd vanwege het vuur en ging de berg niet op;) zeggende:
6Ik ben de HEER uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
7U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
8U zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis van iets dat in de hemel boven, of op de aarde beneden, of in de wateren onder de aarde is;
U zult u voor die niet neerbuigen noch hen dienen; want Ik, de HEER uw God, ben een na-ijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, tot het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,
En die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.
11U zult de Naam van de HEER uw God niet ijdellijk gebruiken; want de HEER zal niet onschuldig houden wie Zijn Naam ijdellijk gebruikt.
12Onderhoud de sabbatdag om die te heiligen, zoals de HEER uw God u geboden heeft.
13Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen;
14Maar de zevende dag is de sabbat van de HEER uw God; dan zult u geen werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling die binnen uw poorten is; opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals u.