Efeziërs 2:9
“Niet uit werken, opdat niemand roeme.”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 2 — omringende verzen
Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons om Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft,
5Ook toen wij dood waren in de zonden, levend gemaakt met Christus; (door genade zijt gij zalig geworden;)
6En heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus:
7Opdat Hij in de toekomende eeuwen zou tonen de uitnemende rijkdom van Zijn genade, door Zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
8Want door genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit uzelf: het is de gave van God:
Niet uit werken, opdat niemand roeme.
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
11Bedenkt daarom dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, die onbesnedenen genaamd wordt door degenen die de besnijdenis worden genoemd, welke in het vlees met handen geschied is;
12Dat gij in die tijd zonder Christus waart, vervreemd van het burgerschap van Israël, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld:
13Maar nu in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, nabijgebracht door het bloed van Christus.
14Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft en de tussenmuur des scheidsmuur afgebroken heeft;