Efeziërs 2:8
“Want door genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit uzelf: het is de gave van God:”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 2 — omringende verzen
Onder wie ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.
4Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons om Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft,
5Ook toen wij dood waren in de zonden, levend gemaakt met Christus; (door genade zijt gij zalig geworden;)
6En heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus:
7Opdat Hij in de toekomende eeuwen zou tonen de uitnemende rijkdom van Zijn genade, door Zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit uzelf: het is de gave van God:
Niet uit werken, opdat niemand roeme.
10Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
11Bedenkt daarom dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, die onbesnedenen genaamd wordt door degenen die de besnijdenis worden genoemd, welke in het vlees met handen geschied is;
12Dat gij in die tijd zonder Christus waart, vervreemd van het burgerschap van Israël, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld:
13Maar nu in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, nabijgebracht door het bloed van Christus.