Terug naar Esther 9
VSV
Statenvertaling

Esther 9:19

Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de open steden woonden, de veertiende dag van de maand Adar tot een dag van blijdschap en feestmaal, en een goede dag, en van het zenden van geschenken aan elkander.

Kruisverwijzingen

Context

Esther 9 — omringende verzen

14

En de koning beval dat het zo zou geschieden; en het besluit werd uitgevaardigd in Susan, en zij hingen de tien zonen van Haman op.

15

Want de Joden die in Susan waren, verzamelden zich ook op de veertiende dag van de maand Adar, en doodden in Susan driehonderd mannen; maar aan de buit sloegen zij hun hand niet.

16

Maar de overige Joden die in de gewesten des konings waren, verzamelden zich en kwamen op voor hun leven, en kregen rust van hun vijanden, en doodden van hun haters vijfenzeventigduizend; maar aan de buit sloegen zij hun hand niet.

17

Op de dertiende dag van de maand Adar; en op de veertiende dag derzelve rustten zij, en maakten die tot een dag van feestmaal en blijdschap.

18

Maar de Joden die in Susan waren, verzamelden zich op de dertiende dag derzelve en op de veertiende dag derzelve; en op de vijftiende dag derzelve rustten zij, en maakten die tot een dag van feestmaal en blijdschap.

19

Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de open steden woonden, de veertiende dag van de maand Adar tot een dag van blijdschap en feestmaal, en een goede dag, en van het zenden van geschenken aan elkander.

20

En Mordechai schreef deze dingen op, en zond brieven aan al de Joden die in al de gewesten van koning Ahasveros waren, nabij en ver,

21

Om onder hen vast te stellen dat zij de veertiende dag van de maand Adar en de vijftiende dag derzelve jaar op jaar zouden vieren,

22

Als de dagen waarop de Joden rust gekregen hadden van hun vijanden, en de maand die voor hen veranderd was van droefheid in blijdschap, en van rouw in een goede dag; dat zij die zouden maken tot dagen van feestmaal en blijdschap, en van het zenden van geschenken aan elkander, en van gaven aan de armen.

23

En de Joden namen op zich te doen zoals zij begonnen waren, en zoals Mordechai hun geschreven had,

24

Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, de vijand van al de Joden, tegen de Joden een plan beraamd had om hen te verdelgen, en Pur, dat is het lot, geworpen had om hen te verslaan en te verdelgen;