Exodus 1:21
“En het geschiedde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij haar huisgezinnen schonk.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 1 — omringende verzen
En hij zeide: Wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, en gij ziet hen op de kraamstoelen; indien het een zoon is, dan zult gij hem doden; maar indien het een dochter is, dan zal zij leven.
17Maar de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet zoals de koning van Egypte hun geboden had, maar lieten de jongetjes in leven.
18En de koning van Egypte riep de vroedvrouwen en zeide tot haar: Waarom hebt gij dit gedaan, en de jongetjes in leven gelaten?
19En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn als de Egyptische vrouwen; want zij zijn levenskrachtig en bevallen eer de vroedvrouwen bij haar komen.
20Daarom handelde God weldadig met de vroedvrouwen; en het volk vermenigvuldigde en werd zeer machtig.
En het geschiedde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij haar huisgezinnen schonk.
En Farao gebood al zijn volk, zeggende: Elke zoon die geboren wordt, zult gij in de rivier werpen, maar elke dochter zult gij in leven laten.