Exodus 1:22
“En Farao gebood al zijn volk, zeggende: Elke zoon die geboren wordt, zult gij in de rivier werpen, maar elke dochter zult gij in leven laten.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 1 — omringende verzen
Maar de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet zoals de koning van Egypte hun geboden had, maar lieten de jongetjes in leven.
18En de koning van Egypte riep de vroedvrouwen en zeide tot haar: Waarom hebt gij dit gedaan, en de jongetjes in leven gelaten?
19En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn als de Egyptische vrouwen; want zij zijn levenskrachtig en bevallen eer de vroedvrouwen bij haar komen.
20Daarom handelde God weldadig met de vroedvrouwen; en het volk vermenigvuldigde en werd zeer machtig.
21En het geschiedde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij haar huisgezinnen schonk.
En Farao gebood al zijn volk, zeggende: Elke zoon die geboren wordt, zult gij in de rivier werpen, maar elke dochter zult gij in leven laten.