VSV
StatenvertalingExodus 1:4
“Dan en Naftali, Gad en Aser.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 1 — omringende verzen
1
Dit nu zijn de namen van de kinderen Israëls, die naar Egypte kwamen; ieder man met zijn huisgezin kwam met Jakob mee.
2Ruben, Simeon, Levi en Juda,
3Issaschar, Zebulon en Benjamin,
4
5Dan en Naftali, Gad en Aser.
En alle zielen die uit de lendenen van Jakob voortgekomen waren, waren zeventig zielen; want Jozef was reeds in Egypte.
6En Jozef stierf, en al zijn broeders, en dat ganse geslacht.
7En de kinderen Israëls waren vruchtbaar en namen zeer toe, en vermenigvuldigden en werden uitermate machtig; en het land werd met hen vervuld.
8Nu stond er een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet kende.
9En hij zeide tot zijn volk: Zie, het volk van de kinderen Israëls is groter en machtiger dan wij.