VSV
StatenvertalingExodus 2:25
“En God zag de kinderen Israëls aan, en God kende hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 2 — omringende verzen
20
En hij zeide tot zijn dochters: En waar is hij? Waarom hebt gij de man daar gelaten? Roep hem, opdat hij brood ete.
21En Mozes was tevreden om bij de man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora ten huwelijk.
22En zij baarde hem een zoon, en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land.
23En het geschiedde na vele dagen, dat de koning van Egypte stierf; en de kinderen Israëls zuchtten vanwege de slavernij, en zij riepen, en hun geroep steeg op tot God vanwege de slavernij.
24En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob.
25
En God zag de kinderen Israëls aan, en God kende hen.