Terug naar Exodus 3
VSV
Statenvertaling

Exodus 3:9

Nu dan, zie, het geroep van de kinderen Israëls is tot Mij gekomen; en Ik heb ook de verdrukking gezien waarmee de Egyptenaren hen verdrukken.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 3 — omringende verzen

4

En toen de HEER zag dat hij een zijweg nam om te zien, riep God tot hem uit het midden van de braamstruik en zeide: Mozes, Mozes. En hij zeide: Hier ben ik.

5

En Hij zeide: Kom niet nader hierbij; doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is heilige grond.

6

Voorts zeide Hij: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij was bevreesd om God aan te zien.

7

En de HEER zeide: Ik heb de ellende van Mijn volk, dat in Egypte is, voorzeker gezien, en hun geroep vanwege hun opzichters gehoord; want Ik ken hun smarten.

8

En Ik ben neergedaald om hen te redden uit de hand der Egyptenaren, en om hen op te leiden uit dat land naar een goed en ruim land, naar een land vloeiende van melk en honig; naar de plaats van de Kanaänieten en de Hethieten en de Amorieten en de Feresieten en de Hevieten en de Jebusieten.

9

Nu dan, zie, het geroep van de kinderen Israëls is tot Mij gekomen; en Ik heb ook de verdrukking gezien waarmee de Egyptenaren hen verdrukken.

10

Kom dan nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk, de kinderen Israëls, uit Egypte leidt.

11

En Mozes zeide tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan, en dat ik de kinderen Israëls uit Egypte zou leiden?

12

En Hij zeide: Voorzeker, Ik zal met u zijn; en dit zal u het teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij het volk uit Egypte geleid hebt, zult gij God dienen op deze berg.

13

En Mozes zeide tot God: Zie, wanneer ik tot de kinderen Israëls kom en tot hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij tot u gezonden; en zij tot mij zeggen: Wat is Zijn naam? wat zal ik hun dan zeggen?

14

En God zeide tot Mozes: IK BEN DIE IK BEN; en Hij zeide: Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK BEN heeft mij tot u gezonden.