Terug naar Exodus 4
VSV
Statenvertaling

Exodus 4:14

Toen ontbrandde de toorn des HEREN tegen Mozes, en Hij zeide: Is niet Aäron de Leviet uw broeder? Ik weet dat hij wel spreken kan. En zie, hij komt u ook tegemoet; en als hij u ziet, zal hij zich in zijn hart verblijden.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 4 — omringende verzen

9

En het zal geschieden, indien zij ook deze twee tekenen niet geloven en niet naar uw stem luisteren, dat gij water uit de rivier zult nemen en op het droge land gieten; en het water dat gij uit de rivier neemt, zal bloed worden op het droge land.

10

En Mozes zeide tot de HEER: Och Heer, ik ben niet welsprekend, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch sedert U met uw knecht gesproken hebt; want ik ben traag van mond en traag van tong.

11

En de HEER zeide tot hem: Wie heeft de mond des mensen gemaakt? of wie maakt de stomme, of de dove, of de ziende, of de blinde? Ben Ik het niet, de HEER?

12

Nu dan, ga heen, en Ik zal met uw mond zijn en u leren wat gij spreken zult.

13

En hij zeide: Och Heer, zend toch door wiens hand U zenden zult.

14

Toen ontbrandde de toorn des HEREN tegen Mozes, en Hij zeide: Is niet Aäron de Leviet uw broeder? Ik weet dat hij wel spreken kan. En zie, hij komt u ook tegemoet; en als hij u ziet, zal hij zich in zijn hart verblijden.

15

En gij zult tot hem spreken en de woorden in zijn mond leggen; en Ik zal met uw mond en met zijn mond zijn, en u leren wat gij doen zult.

16

En hij zal voor u tot het volk spreken; en hij zal, ja hij zal voor u tot een mond zijn, en gij zult voor hem tot een God zijn.

17

En gij zult deze staf in uw hand nemen, waarmede gij de tekenen doen zult.

18

En Mozes ging heen en keerde terug tot Jethro zijn schoonvader, en zeide tot hem: Laat mij toch gaan en terugkeren tot mijn broeders die in Egypte zijn, en zien of zij nog in leven zijn. En Jethro zeide tot Mozes: Ga in vrede.

19

En de HEER zeide tot Mozes in Midian: Ga, keer terug naar Egypte; want alle mannen zijn gestorven die uw leven zochten.