Exodus 6:30
“En Mozes zeide voor het aangezicht des HEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal Farao dan naar mij luisteren?”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 6 — omringende verzen
En Eleazar, de zoon van Aäron, nam voor zichzelf een van de dochters van Putiël tot vrouw; en zij baarde hem Pinechas; dit zijn de hoofden der vaderen der Levieten naar hun geslachten.
26Dit zijn dezelfde Aäron en Mozes, tot wie de HEER zeide: Brengt de kinderen Israëls uit het land Egypte naar hun legers.
27Dezen zijn het die tot Farao, de koning van Egypte, spraken, om de kinderen Israëls uit Egypte te leiden; dit zijn dezelfde Mozes en Aäron.
28En het geschiedde op de dag dat de HEER tot Mozes sprak in het land Egypte,
29Dat de HEER tot Mozes sprak, zeggende: Ik ben de HEER; spreek tot Farao, de koning van Egypte, alles wat Ik u zeg.
En Mozes zeide voor het aangezicht des HEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal Farao dan naar mij luisteren?