Terug naar Exodus 8
VSV
Statenvertaling

Exodus 8:17

En zij deden zo; want Aäron strekte zijn hand met zijn staf uit en sloeg het stof van de aarde, en het werd luizen op de mensen en op het vee; al het stof van de aarde werd luizen door heel het land Egypte.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 8 — omringende verzen

12

En Mozes en Aäron gingen van Farao weg; en Mozes riep tot de HEER vanwege de kikvorsen die Hij over Farao had gebracht.

13

En de HEER deed naar het woord van Mozes, en de kikvorsen stierven uit de huizen, uit de dorpen en uit de velden.

14

En men vergaderde hen op hopen, en het land stonk.

15

Maar toen Farao zag dat er verlichting was, verhardde hij zijn hart en luisterde niet naar hen, zoals de HEER gezegd had.

16

En de HEER zei tot Mozes: Zeg tot Aäron: Strek uw staf uit en sla het stof van de aarde, zodat het luizen worden door heel het land Egypte.

17

En zij deden zo; want Aäron strekte zijn hand met zijn staf uit en sloeg het stof van de aarde, en het werd luizen op de mensen en op het vee; al het stof van de aarde werd luizen door heel het land Egypte.

18

En de tovenaars deden evenzo met hun bezweringen om luizen voort te brengen, maar zij konden het niet; zo waren er luizen op de mensen en op het vee.

19

Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is de vinger van God. Maar het hart van Farao was verhard en hij luisterde niet naar hen, zoals de HEER gezegd had.

20

En de HEER zei tot Mozes: Sta vroeg in de morgen op en treed voor Farao; zie, hij gaat naar het water; en zeg tot hem: Zo zegt de HEER: Laat mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.

21

Want indien u mijn volk niet wilt laten gaan, zie, dan zal Ik zwermen vliegen over u zenden, en over uw dienaren, en over uw volk, en in uw huizen; en de huizen van de Egyptenaren zullen vol zijn van zwermen vliegen, en ook de grond waarop zij staan.

22

En Ik zal op die dag het land Gosen, waar mijn volk woont, afzonderen, zodat daar geen zwermen vliegen zullen zijn; opdat u wete dat Ik de HEER ben in het midden der aarde.