Terug naar Exodus 9
VSV
Statenvertaling

Exodus 9:13

En de HEER zei tot Mozes: Sta vroeg in de morgen op en treed voor Farao en zeg tot hem: Zo zegt de HEER, de God der Hebreeën: Laat mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 9 — omringende verzen

8

En de HEER zei tot Mozes en tot Aäron: Neemt handenvol as van de smeltoven, en laat Mozes die naar de hemel strooien voor de ogen van Farao.

9

En het zal fijn stof worden over heel het land Egypte, en het zal worden tot zweren die uitbreken met puisten op de mensen en op het vee, door heel het land Egypte.

10

En zij namen as van de smeltoven en stonden voor Farao; en Mozes strooide die naar de hemel, en het werd zweren die uitbraken met puisten op de mensen en op het vee.

11

En de tovenaars konden niet voor Mozes staan vanwege de zweren; want de zweer was op de tovenaars en op alle Egyptenaren.

12

En de HEER verhardde het hart van Farao, en hij luisterde niet naar hen, zoals de HEER tot Mozes gesproken had.

13

En de HEER zei tot Mozes: Sta vroeg in de morgen op en treed voor Farao en zeg tot hem: Zo zegt de HEER, de God der Hebreeën: Laat mijn volk gaan, opdat zij Mij dienen.

14

Want Ik zal te dezen tijde al mijn plagen zenden over uw hart, en over uw dienaren, en over uw volk; opdat u wete dat er niemand mij gelijk is op de gehele aarde.

15

Want nu zou Ik mijn hand kunnen uitstrekken om u en uw volk met de pest te slaan, zodat u van de aarde zoudt worden uitgeroeid.

16

Maar juist hierom heb Ik u doen opstaan, om in u mijn kracht te tonen, en opdat mijn naam verkondigd worde door de gehele aarde.

17

Verheft u nog steeds tegen mijn volk, zodat u hen niet wilt laten gaan?

18

Zie, morgen omstreeks deze tijd zal Ik een zeer zware hagel doen vallen, zoals in Egypte nooit gevallen is vanaf zijn grondlegging tot nu toe.