Ezechiël 18:1
“Het woord van de HEER kwam wederom tot mij, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 18 — omringende verzen
Het woord van de HEER kwam wederom tot mij, zeggende:
Wat bedoelt gij, dat gij dit spreekwoord gebruikt aangaande het land Israël: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
3Zo waar Ik leef, zegt de Heere HEER, gij zult geen gelegenheid meer hebben dit spreekwoord te gebruiken in Israël.
4Zie, alle zielen zijn van Mij; zoals de ziel van de vader, zo ook de ziel van de zoon is van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven.
5Maar als een man rechtvaardig is en doet wat recht en rechtvaardig is,
6En niet gegeten heeft op de bergen, noch zijn ogen opgeheven heeft naar de afgoden van het huis van Israël, noch de vrouw van zijn naaste verontreinigd heeft, noch een vrouw in haar onreinheid genaderd is,