Ezechiël 18:2
“Wat bedoelt gij, dat gij dit spreekwoord gebruikt aangaande het land Israël: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 18 — omringende verzen
Het woord van de HEER kwam wederom tot mij, zeggende:
Wat bedoelt gij, dat gij dit spreekwoord gebruikt aangaande het land Israël: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
Zo waar Ik leef, zegt de Heere HEER, gij zult geen gelegenheid meer hebben dit spreekwoord te gebruiken in Israël.
4Zie, alle zielen zijn van Mij; zoals de ziel van de vader, zo ook de ziel van de zoon is van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven.
5Maar als een man rechtvaardig is en doet wat recht en rechtvaardig is,
6En niet gegeten heeft op de bergen, noch zijn ogen opgeheven heeft naar de afgoden van het huis van Israël, noch de vrouw van zijn naaste verontreinigd heeft, noch een vrouw in haar onreinheid genaderd is,
7En niemand verdrukt heeft, maar de pandhouder zijn pand heeft teruggegeven, geen roof heeft gepleegd, zijn brood aan de hongerige heeft gegeven en de naakte met een kleed heeft bedekt;