Terug naar Ezechiël 18
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 18:7

En niemand verdrukt heeft, maar de pandhouder zijn pand heeft teruggegeven, geen roof heeft gepleegd, zijn brood aan de hongerige heeft gegeven en de naakte met een kleed heeft bedekt;

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 18 — omringende verzen

2

Wat bedoelt gij, dat gij dit spreekwoord gebruikt aangaande het land Israël: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?

3

Zo waar Ik leef, zegt de Heere HEER, gij zult geen gelegenheid meer hebben dit spreekwoord te gebruiken in Israël.

4

Zie, alle zielen zijn van Mij; zoals de ziel van de vader, zo ook de ziel van de zoon is van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven.

5

Maar als een man rechtvaardig is en doet wat recht en rechtvaardig is,

6

En niet gegeten heeft op de bergen, noch zijn ogen opgeheven heeft naar de afgoden van het huis van Israël, noch de vrouw van zijn naaste verontreinigd heeft, noch een vrouw in haar onreinheid genaderd is,

7

En niemand verdrukt heeft, maar de pandhouder zijn pand heeft teruggegeven, geen roof heeft gepleegd, zijn brood aan de hongerige heeft gegeven en de naakte met een kleed heeft bedekt;

8

Die niet op woeker heeft uitgegeven, noch winst heeft genomen, zijn hand heeft onttrokken aan onrecht, oprecht recht heeft gesproken tussen de een en de ander,

9

In mijn inzettingen heeft gewandeld en mijn rechten heeft bewaard om trouw te handelen — hij is rechtvaardig, hij zal voorzeker leven, zegt de Heere HEER.

10

Als hij een zoon verwekt die een rover is, een bloedvergieter, en die dergelijke dingen doet,

11

En die geen van die plichten vervult, maar zelfs gegeten heeft op de bergen en de vrouw van zijn naaste verontreinigd heeft,

12

De arme en behoeftige verdrukt heeft, roof gepleegd heeft, het pand niet teruggegeven heeft en zijn ogen opgeheven heeft naar de afgoden, een gruwel begaan heeft,