Terug naar Ezechiël 23
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 23:26

Ook zullen zij u uw kleren uittrekken en uw fraaie sieraden wegnemen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 23 — omringende verzen

21

Zo riept gij de schandelijkheid van uw jeugd in gedachtenis, toen de Egyptenaren uw borsten betastten vanwege de tepels van uw jeugd.

22

Daarom, o Oholiba, zo zegt de Heere HEER: Zie, Ik zal uw minnaars tegen u verwekken, van wie uw ziel vervreemd is, en Ik zal hen van alle kanten tegen u doen komen:

23

de Babyloniërs en alle Chaldeeën, Pekod en Shoa en Koa, en alle Assyriërs met hen, begeerlijke jongelingen, stadhouders en overheden allen, grote heren en vermaarde mannen, allen rijdende op paarden.

24

En zij zullen tegen u komen met wagens, karren en wielen, en met een schare van volken; rondschild en schild en helm zullen zij rondom tegen u opstellen; en Ik zal hun het oordeel voorleggen, en zij zullen u oordelen naar hun oordelen.

25

En Ik zal Mijn ijver tegen u richten, en zij zullen grimmig met u handelen; zij zullen uw neus en uw oren afsnijden, en uw overblijfsel zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochters wegnemen, en uw overblijfsel zal door het vuur verteerd worden.

26

Ook zullen zij u uw kleren uittrekken en uw fraaie sieraden wegnemen.

27

Zo zal Ik een einde maken aan uw schandelijkheid en aan uw hoererij uit het land Egypte, zodat gij uw ogen niet meer tot hen zult opheffen en Egypte niet meer zult gedenken.

28

Want zo zegt de Heere HEER: Zie, Ik zal u geven in de hand van hen die gij haat, in de hand van hen van wie uw ziel vervreemd is.

29

En zij zullen met haat tegen u handelen en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot achterlaten; en de schaamte van uw hoererijen zal ontbloot worden, zowel uw schandelijkheid als uw hoererijen.

30

Deze dingen zal Ik u aandoen, omdat gij de heidenen nagegaan bent in hoererij, en omdat gij u met hun afgoden hebt verontreinigd.

31

Gij hebt gewandeld in de weg van uw zuster; daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.