Ezechiël 27:10
“Mannen van Perzië en van Lud en van Put waren in uw leger, uw krijgslieden; zij hingen het schild en de helm in u op; zij maakten uw sieraad openbaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 27 — omringende verzen
Zij hebben al uw scheepsplanken gemaakt van dennenbomen van Senir; zij hebben ceders uit de Libanon gehaald om masten voor u te maken.
6Van de eiken van Basan hebben zij uw roeiriemen gemaakt; het gezelschap der Asurieten heeft uw banken van ivoor gemaakt, aangebracht uit de eilanden van Chittim.
7Fijn linnen met borduurwerk uit Egypte was hetgeen gij uitspreiddet als uw zeil; blauw en purper van de eilanden van Elisa was hetgeen u bedekte.
8De inwoners van Sidon en Arvad waren uw zeelieden; uw wijzen, o Tyrus, die in u waren, waren uw stuurlieden.
9De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u als uw breeuiers; alle schepen der zee met hun zeelieden waren in u om uw koopwaar te verhandelen.
Mannen van Perzië en van Lud en van Put waren in uw leger, uw krijgslieden; zij hingen het schild en de helm in u op; zij maakten uw sieraad openbaar.
De mannen van Arvad met uw leger waren rondom op uw muren, en de Gammadims waren in uw torens; zij hingen hun schilden rondom op uw muren; zij hebben uw schoonheid volmaakt gemaakt.
12Tarsis was uw koopman vanwege de overvloed van allerlei rijkdommen; met zilver, ijzer, tin en lood handelden zij op uw markten.
13Javan, Tubal en Mesech, zij waren uw kooplieden; zij verhandelden mensenlichamen en koperen vaten op uw markt.
14Degenen van het huis van Togarma handelden op uw markten met paarden, ruiters en muilezels.
15De mannen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de handelswaar van uw hand; zij brachten u als geschenk ivoren hoorns en ebbenhout.