Ezechiël 27:8
“De inwoners van Sidon en Arvad waren uw zeelieden; uw wijzen, o Tyrus, die in u waren, waren uw stuurlieden.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 27 — omringende verzen
En zeg tot Tyrus: O gij die gelegen zijt aan de ingang van de zee, die een handelaar zijt van de volken voor vele eilanden, zo zegt de Heer HEERE: O Tyrus, u hebt gezegd: Ik ben volmaakt van schoonheid.
4Uw grenzen liggen midden in de zeeën, uw bouwers hebben uw schoonheid volmaakt gemaakt.
5Zij hebben al uw scheepsplanken gemaakt van dennenbomen van Senir; zij hebben ceders uit de Libanon gehaald om masten voor u te maken.
6Van de eiken van Basan hebben zij uw roeiriemen gemaakt; het gezelschap der Asurieten heeft uw banken van ivoor gemaakt, aangebracht uit de eilanden van Chittim.
7Fijn linnen met borduurwerk uit Egypte was hetgeen gij uitspreiddet als uw zeil; blauw en purper van de eilanden van Elisa was hetgeen u bedekte.
De inwoners van Sidon en Arvad waren uw zeelieden; uw wijzen, o Tyrus, die in u waren, waren uw stuurlieden.
De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u als uw breeuiers; alle schepen der zee met hun zeelieden waren in u om uw koopwaar te verhandelen.
10Mannen van Perzië en van Lud en van Put waren in uw leger, uw krijgslieden; zij hingen het schild en de helm in u op; zij maakten uw sieraad openbaar.
11De mannen van Arvad met uw leger waren rondom op uw muren, en de Gammadims waren in uw torens; zij hingen hun schilden rondom op uw muren; zij hebben uw schoonheid volmaakt gemaakt.
12Tarsis was uw koopman vanwege de overvloed van allerlei rijkdommen; met zilver, ijzer, tin en lood handelden zij op uw markten.
13Javan, Tubal en Mesech, zij waren uw kooplieden; zij verhandelden mensenlichamen en koperen vaten op uw markt.