Terug naar Ezechiël 3
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 3:20

Wederom, wanneer een rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en ongerechtigheid bedrijft, en Ik een struikelblok voor hem leg, zal hij sterven; omdat gij hem geen waarschuwing gegeven hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtvaardige werken die hij gedaan heeft, zullen niet worden herdacht; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 3 — omringende verzen

15

Toen kwam ik tot hen die in de ballingschap waren te Tel-Abib, die bij de rivier de Chebar woonden, en ik zat waar zij zaten, en bleef daar zeven dagen verslagen onder hen.

16

En het geschiedde na verloop van zeven dagen, dat het woord des HEREN tot mij kwam, zeggende:

17

Mensenkind, Ik heb u gesteld tot een wachter over het huis van Israël; hoor daarom het woord uit mijn mond en waarschuw hen van mijn wege.

18

Wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven; en gij hem niet waarschuwt, noch spreekt om de goddeloze te waarschuwen van zijn goddeloze weg, om zijn leven te behouden; dezelfde goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

19

Maar indien gij de goddeloze waarschuwt en hij zich niet bekeert van zijn goddeloosheid noch van zijn goddeloze weg, zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel gered.

20

Wederom, wanneer een rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en ongerechtigheid bedrijft, en Ik een struikelblok voor hem leg, zal hij sterven; omdat gij hem geen waarschuwing gegeven hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtvaardige werken die hij gedaan heeft, zullen niet worden herdacht; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

21

Maar indien gij de rechtvaardige waarschuwt, opdat de rechtvaardige niet zondige, en hij zondigt niet, zal hij zeker leven, omdat hij gewaarschuwd is; en gij hebt ook uw ziel gered.

22

En de hand des HEREN was daar op mij; en Hij zeide tot mij: Sta op, ga naar buiten in de vlakte, en Ik zal daar met u spreken.

23

Toen stond ik op en ging naar buiten, de vlakte in; en zie, de heerlijkheid van de HEER stond daar, zoals de heerlijkheid die ik bij de rivier de Kebar had gezien; en ik viel op mijn aangezicht.

24

Toen voer de Geest in mij en zette mij op mijn voeten, en Hij sprak met mij en zei tot mij: Ga, sluit u op in uw huis.

25

Maar u, o mensenkind, zie, zij zullen banden om u leggen en u daarmee binden, zodat u niet onder hen uit kunt gaan.