Ezechiël 31:1
“En het geschiedde in het elfde jaar, in de derde maand, op de eerste dag der maand, dat het woord des HEEREN tot mij kwam, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 31 — omringende verzen
En het geschiedde in het elfde jaar, in de derde maand, op de eerste dag der maand, dat het woord des HEEREN tot mij kwam, zeggende:
Mensenkind, spreek tot Farao, de koning van Egypte, en tot zijn menigte: Aan wie bent u gelijk in uw grootheid?
3Zie, de Assyriër was een ceder in de Libanon met schone takken en een dicht lommer, en hij was van hoge gestalte; zijn top was tussen de dichte twijgen.
4De wateren maakten hem groot; de diepte verhief hem hoog met haar stromen die rondom zijn planten liepen, en zond haar beekjes naar alle bomen des velds.
5Daarom werd zijn hoogte verheven boven alle bomen des velds, en zijn twijgen werden talrijk en zijn takken lang door de overvloed van wateren, toen hij uitschoot.
6Alle vogels des hemels maakten hun nesten in zijn twijgen, en onder zijn takken brachten alle dieren des velds hun jongen voort, en in zijn schaduw woonden alle grote volken.