Terug naar Ezechiël 32
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 32:12

Door de zwaarden der machtigen zal Ik uw menigte doen vallen, de geweldigen der volken, allen tezamen; en zij zullen de pracht van Egypte plunderen, en al zijn menigte zal worden verdelgd.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 32 — omringende verzen

7

En wanneer Ik u uitdoof, zal Ik de hemel bedekken en zijn sterren verduisteren; Ik zal de zon bedekken met een wolk, en de maan zal haar licht niet geven.

8

Al de lichtende lichten des hemels zal Ik over u verduisteren, en duisternis over uw land zetten, zegt de Heer HEER.

9

Ik zal ook de harten van vele volken grieven, wanneer Ik uw verderf onder de volken breng, in de landen die gij niet gekend hebt.

10

Ja, Ik zal vele volken met ontzetting over u vervullen, en hun koningen zullen vreselijk verschrikken over u, wanneer Ik Mijn zwaard voor hen zwaai; en zij zullen van ogenblik tot ogenblik beven, een ieder voor zijn eigen leven, op de dag van uw val.

11

Want zo zegt de Heer HEER: Het zwaard van de koning van Babel zal over u komen.

12

Door de zwaarden der machtigen zal Ik uw menigte doen vallen, de geweldigen der volken, allen tezamen; en zij zullen de pracht van Egypte plunderen, en al zijn menigte zal worden verdelgd.

13

Ik zal ook al zijn gedierte verdelgen van naast de grote wateren; en de voet des mensen zal ze niet meer verontrusten, noch de hoeven van het vee ze beroeren.

14

Dan zal Ik hun wateren stil maken, en hun rivieren als olie doen vloeien, zegt de Heer HEER.

15

Wanneer Ik het land van Egypte woest zal maken, en het land ontbloot zal zijn van datgene waarmede het vervuld was, wanneer Ik allen die daarin wonen zal slaan, dan zullen zij weten dat Ik de HEER ben.

16

Dit is het klaaglied waarmede zij haar zullen bewenen; de dochters der volken zullen haar bewenen; over Egypte en over al zijn menigte zullen zij klagen, zegt de Heer HEER.

17

En het geschiedde ook in het twaalfde jaar, op de vijftiende dag der maand, dat het woord des HEREN tot mij kwam, zeggende: