Terug naar Ezechiël 32
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 32:7

En wanneer Ik u uitdoof, zal Ik de hemel bedekken en zijn sterren verduisteren; Ik zal de zon bedekken met een wolk, en de maan zal haar licht niet geven.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 32 — omringende verzen

2

Mensenkind, hef een klaaglied aan over Farao, de koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij zijt als een jonge leeuw onder de volken, en gij zijt als een zeemonster in de zeeën; gij brak door in uw rivieren, en bewoegdet de wateren met uw voeten, en troebelde hun rivieren.

3

Zo zegt de Heer HEER: Ik zal dan Mijn net over u uitspreiden met een gezelschap van vele volken; en zij zullen u ophalen in Mijn net.

4

Dan zal Ik u achterlaten op het land, Ik zal u uitwerpen op het open veld, en Ik zal al het gevogelte des hemels op u doen neerstrijken, en Ik zal de dieren der gehele aarde met u verzadigen.

5

En Ik zal uw vlees op de bergen leggen, en de valleien vullen met uw hoogte.

6

Ik zal ook het land, waarin gij zwemt, met uw bloed drenken, tot aan de bergen toe; en de rivieren zullen vol van u zijn.

7

En wanneer Ik u uitdoof, zal Ik de hemel bedekken en zijn sterren verduisteren; Ik zal de zon bedekken met een wolk, en de maan zal haar licht niet geven.

8

Al de lichtende lichten des hemels zal Ik over u verduisteren, en duisternis over uw land zetten, zegt de Heer HEER.

9

Ik zal ook de harten van vele volken grieven, wanneer Ik uw verderf onder de volken breng, in de landen die gij niet gekend hebt.

10

Ja, Ik zal vele volken met ontzetting over u vervullen, en hun koningen zullen vreselijk verschrikken over u, wanneer Ik Mijn zwaard voor hen zwaai; en zij zullen van ogenblik tot ogenblik beven, een ieder voor zijn eigen leven, op de dag van uw val.

11

Want zo zegt de Heer HEER: Het zwaard van de koning van Babel zal over u komen.

12

Door de zwaarden der machtigen zal Ik uw menigte doen vallen, de geweldigen der volken, allen tezamen; en zij zullen de pracht van Egypte plunderen, en al zijn menigte zal worden verdelgd.