Terug naar Ezechiël 36
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 36:31

Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en aan uw daden die niet goed waren, en gij zult een walging van uzelf hebben in uw eigen ogen om uw ongerechtigheden en om uw gruwelen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 36 — omringende verzen

26

En Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en Ik zal u een hart van vlees geven.

27

En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten zult gij bewaren en doen.

28

En gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; en gij zult Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.

29

Ook zal Ik u verlossen van al uw onreinheden; en Ik zal het koren roepen en het vermeerderen, en Ik zal geen honger over u brengen.

30

En Ik zal de vrucht van de boom en de opbrengst van het veld vermenigvuldigen, opdat gij geen smaad van honger meer ontvangen zult onder de heidenen.

31

Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en aan uw daden die niet goed waren, en gij zult een walging van uzelf hebben in uw eigen ogen om uw ongerechtigheden en om uw gruwelen.

32

Niet om uwentwil doe Ik dit, zegt de Heere HEERE, het zij u bekend; schaamt u en wordt rood van schaamte over uw wegen, O huis Israëls.

33

Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik u van al uw ongerechtigheden gereinigd zal hebben, zal Ik ook maken dat gij de steden bewoont, en de verwoeste plaatsen zullen herbouwd worden.

34

En het verwoeste land zal bebouwd worden, terwijl het verwoest lag voor de ogen van allen die voorbijgingen.

35

En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; en de woeste en verwoeste en afgebroken steden zijn versterkt en bewoond.

36

Dan zullen de heidenen die rondom u zijn overgebleven, weten dat Ik, de HEERE, de verwoeste plaatsen herbouw en plant wat verwoest was; Ik, de HEERE, heb het gesproken en Ik zal het doen.