Terug naar Ezechiël 36
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 36:27

En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten zult gij bewaren en doen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 36 — omringende verzen

22

Zeg daarom tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe dit niet om uwentwil, O huis Israëls, maar om Mijn heilige Naam, dien gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gegaan zijt.

23

En Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in hun midden ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten dat Ik de HEERE ben, zegt de Heere HEERE, wanneer Ik Mij aan u voor hun ogen zal geheiligd hebben.

24

Want Ik zal u uit de heidenen nemen, en u uit alle landen vergaderen, en Ik zal u in uw eigen land brengen.

25

Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.

26

En Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en Ik zal u een hart van vlees geven.

27

En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten zult gij bewaren en doen.

28

En gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; en gij zult Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.

29

Ook zal Ik u verlossen van al uw onreinheden; en Ik zal het koren roepen en het vermeerderen, en Ik zal geen honger over u brengen.

30

En Ik zal de vrucht van de boom en de opbrengst van het veld vermenigvuldigen, opdat gij geen smaad van honger meer ontvangen zult onder de heidenen.

31

Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en aan uw daden die niet goed waren, en gij zult een walging van uzelf hebben in uw eigen ogen om uw ongerechtigheden en om uw gruwelen.

32

Niet om uwentwil doe Ik dit, zegt de Heere HEERE, het zij u bekend; schaamt u en wordt rood van schaamte over uw wegen, O huis Israëls.