Terug naar Ezechiël 36
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 36:22

Zeg daarom tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe dit niet om uwentwil, O huis Israëls, maar om Mijn heilige Naam, dien gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gegaan zijt.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 36 — omringende verzen

17

Mensenkind, toen het huis Israëls woonde in hun eigen land, verontreinigden zij het door hun weg en door hun daden; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinheid van een afgezonderde vrouw.

18

Daarom heb Ik Mijn grimmigheid over hen uitgestort om het bloed dat zij op het land vergoten hadden, en om de afgoden waarmede zij het verontreinigd hadden;

19

En Ik heb hen verstrooid onder de heidenen, en zij zijn verspreid door de landen; naar hun weg en naar hun daden heb Ik hen geoordeeld.

20

En toen zij tot de heidenen kwamen, waarheen zij gingen, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, want men zeide van hen: Dezen zijn het volk des HEEREN, maar zij zijn uit Zijn land uitgegaan.

21

Doch Ik spaarde om Mijn heilige Naam, dien het huis Israëls ontheiligd had onder de heidenen, waarheen zij gegaan waren.

22

Zeg daarom tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe dit niet om uwentwil, O huis Israëls, maar om Mijn heilige Naam, dien gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gegaan zijt.

23

En Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in hun midden ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten dat Ik de HEERE ben, zegt de Heere HEERE, wanneer Ik Mij aan u voor hun ogen zal geheiligd hebben.

24

Want Ik zal u uit de heidenen nemen, en u uit alle landen vergaderen, en Ik zal u in uw eigen land brengen.

25

Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.

26

En Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en Ik zal u een hart van vlees geven.

27

En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten zult gij bewaren en doen.