Ezechiël 36:25
“Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 36 — omringende verzen
En toen zij tot de heidenen kwamen, waarheen zij gingen, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, want men zeide van hen: Dezen zijn het volk des HEEREN, maar zij zijn uit Zijn land uitgegaan.
21Doch Ik spaarde om Mijn heilige Naam, dien het huis Israëls ontheiligd had onder de heidenen, waarheen zij gegaan waren.
22Zeg daarom tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe dit niet om uwentwil, O huis Israëls, maar om Mijn heilige Naam, dien gij ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen gij gegaan zijt.
23En Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in hun midden ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten dat Ik de HEERE ben, zegt de Heere HEERE, wanneer Ik Mij aan u voor hun ogen zal geheiligd hebben.
24Want Ik zal u uit de heidenen nemen, en u uit alle landen vergaderen, en Ik zal u in uw eigen land brengen.
Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.
En Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en Ik zal u een hart van vlees geven.
27En Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven, en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten zult gij bewaren en doen.
28En gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; en gij zult Mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.
29Ook zal Ik u verlossen van al uw onreinheden; en Ik zal het koren roepen en het vermeerderen, en Ik zal geen honger over u brengen.
30En Ik zal de vrucht van de boom en de opbrengst van het veld vermenigvuldigen, opdat gij geen smaad van honger meer ontvangen zult onder de heidenen.