Terug naar Ezechiël 39
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 39:12

En zeven maanden lang zal het huis van Israël hen begraven, opdat zij het land reinigen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 39 — omringende verzen

7

Zo zal Ik Mijn heilige naam bekend maken in het midden van Mijn volk Israël; en Ik zal Mijn heilige naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten dat Ik de HEER ben, de Heilige in Israël.

8

Zie, het is gekomen en het is geschied, zegt de Heere HEER; dit is de dag waarvan Ik gesproken heb.

9

En degenen die in de steden van Israël wonen, zullen uittrekken en de wapens aansteken en verbranden, zowel de rondassen als de schilden, de bogen en de pijlen, en de handstokken en de speren; en zij zullen ze zeven jaar lang met vuur verbranden.

10

Zodat zij geen hout uit het veld zullen halen, noch enig hout uit de wouden kappen; want zij zullen de wapens met vuur verbranden; en zij zullen hen plunderen die hen geplunderd hebben, en beroven wie hen beroofd hebben, zegt de Heere HEER.

11

En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog een begraafplaats zal geven in Israël, het dal der reizigers ten oosten van de zee; en het zal de neus der reizigers verstoppen; en zij zullen daar Gog en al zijn menigte begraven; en zij zullen het noemen: Het dal van Hamon-Gog.

12

En zeven maanden lang zal het huis van Israël hen begraven, opdat zij het land reinigen.

13

Ja, heel het volk des lands zal hen begraven; en het zal hun tot een vermaardheid zijn op de dag dat Ik verheerlijkt word, zegt de Heere HEER.

14

En zij zullen mannen aanstellen die voortdurend bezig zijn, die door het land trekken om met de reizigers degenen te begraven die op het oppervlak der aarde zijn overgebleven, om het te reinigen; na het einde van zeven maanden zullen zij zoeken.

15

En de reizigers die door het land trekken, wanneer iemand een menselijk been ziet, dan zal hij daarbij een teken oprichten, totdat de gravers het begraven hebben in het dal van Hamon-Gog.

16

En ook de naam van de stad zal zijn: Hamona. Zo zullen zij het land reinigen.

17

En u, mensenkind, zo zegt de Heere HEER: Spreek tot elk gevleugeld gevogelte en tot elk beest des velds: Vergadert u en komt; verzamelt u van alle zijden tot Mijn offer dat Ik voor u offer, een groot offer op de bergen van Israël, opdat u vlees eet en bloed drinkt.