Ezechiël 40:46
“En de kamer waarvan de voorzijde naar het noorden is, is voor de priesters, de bewaarders van de dienst van het altaar; dit zijn de zonen van Zadok, die uit de zonen van Levi tot de HEER naderen om Hem te dienen.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 40 — omringende verzen
Vier tafels waren aan deze kant en vier tafels aan die kant, aan de zijde van de poort: acht tafels, waarop zij hun offeranden slachtten.
42En de vier tafels voor het brandoffer waren van gehouwen steen, anderhalf el lang en anderhalf el breed, en één el hoog; daarop legden zij ook de gereedschappen waarmee men het brandoffer en het slachtoffer slachtte.
43En binnen waren haken van een handbreedte rondom vastgemaakt; en op de tafels lag het vlees van de offergave.
44En buiten de binnenste poort waren de kamers van de zangers in het binnenste voorhof, die aan de zijde van de noordpoort waren, en hun voorzijde was naar het zuiden; er was er één aan de zijde van de oostpoort met de voorzijde naar het noorden.
45En hij zeide tot mij: Deze kamer, waarvan de voorzijde naar het zuiden is, is voor de priesters, de bewaarders van de dienst van het huis.
En de kamer waarvan de voorzijde naar het noorden is, is voor de priesters, de bewaarders van de dienst van het altaar; dit zijn de zonen van Zadok, die uit de zonen van Levi tot de HEER naderen om Hem te dienen.
Zo mat hij het voorhof: honderd el lang en honderd el breed, vierkant; en het altaar was voor het huis.
48En hij bracht mij tot de voorhal van het huis, en mat iedere post van de voorhal: vijf el aan deze kant en vijf el aan die kant; en de breedte van de poort was drie el aan deze kant en drie el aan die kant.
49De lengte van de voorhal was twintig el en de breedte elf el, en hij bracht mij via de treden waarmee men daarheen opging; en er waren pilaren bij de posten, één aan deze kant en een andere aan die kant.