Ezechiël 40:48
“En hij bracht mij tot de voorhal van het huis, en mat iedere post van de voorhal: vijf el aan deze kant en vijf el aan die kant; en de breedte van de poort was drie el aan deze kant en drie el aan die kant.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 40 — omringende verzen
En binnen waren haken van een handbreedte rondom vastgemaakt; en op de tafels lag het vlees van de offergave.
44En buiten de binnenste poort waren de kamers van de zangers in het binnenste voorhof, die aan de zijde van de noordpoort waren, en hun voorzijde was naar het zuiden; er was er één aan de zijde van de oostpoort met de voorzijde naar het noorden.
45En hij zeide tot mij: Deze kamer, waarvan de voorzijde naar het zuiden is, is voor de priesters, de bewaarders van de dienst van het huis.
46En de kamer waarvan de voorzijde naar het noorden is, is voor de priesters, de bewaarders van de dienst van het altaar; dit zijn de zonen van Zadok, die uit de zonen van Levi tot de HEER naderen om Hem te dienen.
47Zo mat hij het voorhof: honderd el lang en honderd el breed, vierkant; en het altaar was voor het huis.
En hij bracht mij tot de voorhal van het huis, en mat iedere post van de voorhal: vijf el aan deze kant en vijf el aan die kant; en de breedte van de poort was drie el aan deze kant en drie el aan die kant.
De lengte van de voorhal was twintig el en de breedte elf el, en hij bracht mij via de treden waarmee men daarheen opging; en er waren pilaren bij de posten, één aan deze kant en een andere aan die kant.