Terug naar Ezechiël 45
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 45:15

en één lam uit de kudde, uit iedere tweehonderd, uit de vette weiden van Israël; voor een spijsoffer, voor een brandoffer en voor vredeoffers, om voor hen verzoening te doen, spreekt de Heere HEERE.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 45 — omringende verzen

10

Gij zult juiste weegschalen hebben, een juiste efa en een juiste bat.

11

De efa en de bat zullen van één maat zijn, zodat de bat een tiende deel van een homer bevat en de efa een tiende deel van een homer; de maatstaf ervan zal zijn naar de homer.

12

En de sikkel zal twintig gera zijn; twintig sikkel, vijfentwintig sikkel, vijftien sikkel zal uw mina zijn.

13

Dit is het hefoffer dat gij zult offeren: een zesde deel van een efa van een homer tarwe, en gij zult een zesde deel van een efa van een homer gerst geven;

14

Betreffende de verordening van de olie, de bat olie: gij zult een tiende deel van een bat offeren uit de kor, dat een homer is van tien bat; want tien bat zijn een homer;

15

en één lam uit de kudde, uit iedere tweehonderd, uit de vette weiden van Israël; voor een spijsoffer, voor een brandoffer en voor vredeoffers, om voor hen verzoening te doen, spreekt de Heere HEERE.

16

Al het volk van het land zal dit hefoffer geven voor de vorst in Israël.

17

En het zal de taak van de vorst zijn om brandoffers, spijsoffers en drankoffers te geven op de feesten, op de nieuwe manen en op de sabbatten, op alle hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, het spijsoffer, het brandoffer en de vredeoffers bereiden, om voor het huis Israëls verzoening te doen.

18

Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op de eerste dag van de maand, zult gij een jonge stier zonder gebrek nemen en het heiligdom reinigen;

19

en de priester zal van het bloed van het zondoffer nemen en het strijken op de deurposten van het huis, op de vier hoeken van de omlijsting van het altaar en op de posten van de poort van de binnenste voorhof.

20

En zo zult gij doen op de zevende dag van de maand voor een ieder die dwaalt en voor hem die onwetend handelt; zo zult gij verzoening doen voor het huis.