Ezechiël 45:18
“Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op de eerste dag van de maand, zult gij een jonge stier zonder gebrek nemen en het heiligdom reinigen;”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 45 — omringende verzen
Dit is het hefoffer dat gij zult offeren: een zesde deel van een efa van een homer tarwe, en gij zult een zesde deel van een efa van een homer gerst geven;
14Betreffende de verordening van de olie, de bat olie: gij zult een tiende deel van een bat offeren uit de kor, dat een homer is van tien bat; want tien bat zijn een homer;
15en één lam uit de kudde, uit iedere tweehonderd, uit de vette weiden van Israël; voor een spijsoffer, voor een brandoffer en voor vredeoffers, om voor hen verzoening te doen, spreekt de Heere HEERE.
16Al het volk van het land zal dit hefoffer geven voor de vorst in Israël.
17En het zal de taak van de vorst zijn om brandoffers, spijsoffers en drankoffers te geven op de feesten, op de nieuwe manen en op de sabbatten, op alle hoogtijden van het huis Israëls; hij zal het zondoffer, het spijsoffer, het brandoffer en de vredeoffers bereiden, om voor het huis Israëls verzoening te doen.
Zo zegt de Heere HEERE: In de eerste maand, op de eerste dag van de maand, zult gij een jonge stier zonder gebrek nemen en het heiligdom reinigen;
en de priester zal van het bloed van het zondoffer nemen en het strijken op de deurposten van het huis, op de vier hoeken van de omlijsting van het altaar en op de posten van de poort van de binnenste voorhof.
20En zo zult gij doen op de zevende dag van de maand voor een ieder die dwaalt en voor hem die onwetend handelt; zo zult gij verzoening doen voor het huis.
21In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, zult gij het Pascha hebben, een feest van zeven dagen; er zal ongezuurd brood gegeten worden.
22En op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor al het volk van het land een stier bereiden als zondoffer.
23En gedurende de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer bereiden aan de HEERE, zeven stieren en zeven rammen zonder gebrek, dagelijks de zeven dagen; en een geitenbok dagelijks als zondoffer.