Terug naar Ezechiël 45
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 45:7

En een deel zal voor de vorst zijn aan de ene zijde en aan de andere zijde van het hefoffer van het heilige gedeelte en van het bezit van de stad, voor het hefoffer van het heilige gedeelte en voor het bezit van de stad, aan de westzijde westwaarts en aan de oostzijde oostwaarts; en de lengte zal zijn evenwijdig aan een van de gedeelten, van de westgrens tot de oostgrens.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 45 — omringende verzen

2

Hiervan zal voor het heiligdom zijn vijfhonderd in de lengte en vijfhonderd in de breedte, vierkant rondom; en vijftig el rondom voor zijn voorstad.

3

En van dit maatstuk zult gij de lengte meten van vijfentwintigduizend, en de breedte van tienduizend; en daarin zal het heiligdom zijn en het heilige der heiligen.

4

Het heilige gedeelte van het land zal zijn voor de priesters, de dienaars van het heiligdom, die naderen om de HEERE te dienen; en het zal een plaats zijn voor hun huizen en een heilige plaats voor het heiligdom.

5

En de vijfentwintigduizend in lengte en de tienduizend in breedte zullen ook de Levieten, de dienaars van het huis, voor zichzelf hebben, als bezit voor twintig kamers.

6

En gij zult het bezit van de stad aanwijzen, vijfduizend breed en vijfentwintigduizend lang, tegenover het hefoffer van het heilige gedeelte; het zal zijn voor het gehele huis Israëls.

7

En een deel zal voor de vorst zijn aan de ene zijde en aan de andere zijde van het hefoffer van het heilige gedeelte en van het bezit van de stad, voor het hefoffer van het heilige gedeelte en voor het bezit van de stad, aan de westzijde westwaarts en aan de oostzijde oostwaarts; en de lengte zal zijn evenwijdig aan een van de gedeelten, van de westgrens tot de oostgrens.

8

In het land zal dit zijn bezit zijn in Israël; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet langer verdrukken; en het overige van het land zullen zij geven aan het huis Israëls, naar hun stammen.

9

Zo zegt de Heere HEERE: Het zij u genoeg, o vorsten van Israël; doe geweld en plundering weg, en oefen recht en gerechtigheid; houd op uw volk te beroven, spreekt de Heere HEERE.

10

Gij zult juiste weegschalen hebben, een juiste efa en een juiste bat.

11

De efa en de bat zullen van één maat zijn, zodat de bat een tiende deel van een homer bevat en de efa een tiende deel van een homer; de maatstaf ervan zal zijn naar de homer.

12

En de sikkel zal twintig gera zijn; twintig sikkel, vijfentwintig sikkel, vijftien sikkel zal uw mina zijn.