Terug naar Ezechiël 7
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 7:19

Zij zullen hun zilver op de straten werpen en hun goud zal verworpen worden; hun zilver en hun goud zullen hen niet kunnen redden op de dag van de toorn van de HEER; zij zullen hun zielen niet verzadigen noch hun ingewanden vullen, want het is hun tot een struikelblok der ongerechtigheid geworden.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 7 — omringende verzen

14

Zij hebben de bazuin geblazen om alles gereed te maken, maar niemand trekt ten strijde, want mijn toorn is over heel hun menigte.

15

Het zwaard is buiten, de pest en de honger binnen; wie op het veld is, zal sterven door het zwaard, en wie in de stad is, hem zullen honger en pest verslinden.

16

Maar wie van hen ontkomen, zullen ontkomen en zullen zijn op de bergen als duiven der dalen, allen treurende, een ieder om zijn ongerechtigheid.

17

Alle handen zullen slap worden en alle knieën zullen zijn als water.

18

Zij zullen zich ook omgorden met een rouwgewaad en verschrikking zal hen bedekken; schaamte zal zijn op alle aangezichten en kaalheid op al hun hoofden.

19

Zij zullen hun zilver op de straten werpen en hun goud zal verworpen worden; hun zilver en hun goud zullen hen niet kunnen redden op de dag van de toorn van de HEER; zij zullen hun zielen niet verzadigen noch hun ingewanden vullen, want het is hun tot een struikelblok der ongerechtigheid geworden.

20

Wat de sieraad van zijn versiering betreft, hij had het in majesteit gesteld; maar zij maakten daarin de beelden van hun gruwelen en hun verfoeiselen; daarom heb Ik het ver van hen verwijderd.

21

Ik zal het in handen geven van vreemdelingen tot een roof en aan de goddelozen der aarde tot een buit, en zij zullen het ontheiligen.

22

Ik zal ook mijn aangezicht van hen afwenden, en zij zullen mijn heilige plaats ontheiligen; want rovers zullen erin binnendringen en haar ontwijden.

23

Maak een keten, want het land is vol van bloedige misdaden en de stad is vol van geweld.

24

Daarom zal Ik de ergsten van de heidenen brengen en zij zullen hun huizen bezitten; Ik zal ook de trots der machtigen doen ophouden en hun heilige plaatsen zullen ontheiligd worden.