Terug naar Ezechiël 7
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 7:21

Ik zal het in handen geven van vreemdelingen tot een roof en aan de goddelozen der aarde tot een buit, en zij zullen het ontheiligen.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 7 — omringende verzen

16

Maar wie van hen ontkomen, zullen ontkomen en zullen zijn op de bergen als duiven der dalen, allen treurende, een ieder om zijn ongerechtigheid.

17

Alle handen zullen slap worden en alle knieën zullen zijn als water.

18

Zij zullen zich ook omgorden met een rouwgewaad en verschrikking zal hen bedekken; schaamte zal zijn op alle aangezichten en kaalheid op al hun hoofden.

19

Zij zullen hun zilver op de straten werpen en hun goud zal verworpen worden; hun zilver en hun goud zullen hen niet kunnen redden op de dag van de toorn van de HEER; zij zullen hun zielen niet verzadigen noch hun ingewanden vullen, want het is hun tot een struikelblok der ongerechtigheid geworden.

20

Wat de sieraad van zijn versiering betreft, hij had het in majesteit gesteld; maar zij maakten daarin de beelden van hun gruwelen en hun verfoeiselen; daarom heb Ik het ver van hen verwijderd.

21

Ik zal het in handen geven van vreemdelingen tot een roof en aan de goddelozen der aarde tot een buit, en zij zullen het ontheiligen.

22

Ik zal ook mijn aangezicht van hen afwenden, en zij zullen mijn heilige plaats ontheiligen; want rovers zullen erin binnendringen en haar ontwijden.

23

Maak een keten, want het land is vol van bloedige misdaden en de stad is vol van geweld.

24

Daarom zal Ik de ergsten van de heidenen brengen en zij zullen hun huizen bezitten; Ik zal ook de trots der machtigen doen ophouden en hun heilige plaatsen zullen ontheiligd worden.

25

Verderf komt, en zij zullen vrede zoeken, maar er zal geen zijn.

26

Rampspoed zal op rampspoed komen en gerucht op gerucht; dan zullen zij een visioen van de profeet zoeken, maar de wet zal vergaan van de priester en de raad van de oudsten.