Ezra 10:22
“En van de zonen van Pasur: Elioenai, Maäseja, Ismaël, Nathaneël, Jozabad en Elasa.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 10 — omringende verzen
En zij maakten een einde met alle mannen die vreemde vrouwen genomen hadden, op de eerste dag van de eerste maand.
18En onder de zonen der priesters werden er gevonden die vreemde vrouwen genomen hadden: van de zonen van Jesua, de zoon van Jozadak, en zijn broeders: Maäseja, en Eliëzer, en Jarib, en Gedalja.
19En zij gaven hun hand dat zij hun vrouwen zouden wegzenden; en als schuldigen offerden zij een ram uit de kudde als schuldoffer.
20En van de zonen van Immer: Hanani en Zebadja.
21En van de zonen van Harim: Maäseja, en Elia, en Semaja, en Jehiël, en Uzzia.
En van de zonen van Pasur: Elioenai, Maäseja, Ismaël, Nathaneël, Jozabad en Elasa.
Ook van de Levieten: Jozabad, en Simi, en Kelaja — dat is Kelita — Petahja, Juda en Eliëzer.
24Van de zangers ook: Eliasib; en van de poortwachters: Sallum, en Telem, en Uri.
25Voorts van Israël: van de zonen van Paros: Ramja, en Jizia, en Malchia, en Miamin, en Eleazar, en Malkia, en Benaja.
26En van de zonen van Elam: Mattanja, Zacharia, en Jehiël, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de zonen van Zattu: Elioenai, Eliasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, en Aziza.