Ezra 10:23
“Ook van de Levieten: Jozabad, en Simi, en Kelaja — dat is Kelita — Petahja, Juda en Eliëzer.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 10 — omringende verzen
En onder de zonen der priesters werden er gevonden die vreemde vrouwen genomen hadden: van de zonen van Jesua, de zoon van Jozadak, en zijn broeders: Maäseja, en Eliëzer, en Jarib, en Gedalja.
19En zij gaven hun hand dat zij hun vrouwen zouden wegzenden; en als schuldigen offerden zij een ram uit de kudde als schuldoffer.
20En van de zonen van Immer: Hanani en Zebadja.
21En van de zonen van Harim: Maäseja, en Elia, en Semaja, en Jehiël, en Uzzia.
22En van de zonen van Pasur: Elioenai, Maäseja, Ismaël, Nathaneël, Jozabad en Elasa.
Ook van de Levieten: Jozabad, en Simi, en Kelaja — dat is Kelita — Petahja, Juda en Eliëzer.
Van de zangers ook: Eliasib; en van de poortwachters: Sallum, en Telem, en Uri.
25Voorts van Israël: van de zonen van Paros: Ramja, en Jizia, en Malchia, en Miamin, en Eleazar, en Malkia, en Benaja.
26En van de zonen van Elam: Mattanja, Zacharia, en Jehiël, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de zonen van Zattu: Elioenai, Eliasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, en Aziza.
28Van de zonen ook van Bebai: Jehohanan, Hananja, Sabbai en Athlai.