VSV
StatenvertalingEzra 2:1
“Dit nu zijn de kinderen van de provincie die optrokken uit de ballingschap, van hen die weggevoerd waren, die Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Babel had weggevoerd, en die terugkeerden naar Jeruzalem en Juda, ieder naar zijn stad;”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 2 — omringende verzen
1
2Dit nu zijn de kinderen van de provincie die optrokken uit de ballingschap, van hen die weggevoerd waren, die Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Babel had weggevoerd, en die terugkeerden naar Jeruzalem en Juda, ieder naar zijn stad;
Die meekwamen met Zerubbabel: Jesua, Nehemia, Seraja, Reëlaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum, Baäna. Het getal der mannen van het volk Israël:
3De kinderen van Paros, tweeduizend honderd twee en zeventig.
4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.
5De kinderen van Ara, zevenhonderd vijf en zeventig.
6De kinderen van Pahat-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, tweeduizend achthonderd en twaalf.