Terug naar Ezra 6
VSV
Statenvertaling

Ezra 6:17

En zij offerden bij de inwijding van dit huis Gods honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren; en tot een zondoffer voor geheel Israël twaalf geitenbokken, naar het getal van de stammen Israëls.

Kruisverwijzingen

Context

Ezra 6 — omringende verzen

12

En de God Die Zijn Naam daar heeft doen wonen, vernielige alle koningen en volken die hun hand uitsteken om te veranderen en te verwoesten dit huis Gods dat te Jeruzalem is. Ik, Darius, heb een bevel uitgevaardigd; laat het met spoed gedaan worden.

13

Toen hebben Tatnaï, de landvoogd aan deze zijde van de rivier, Sethar-Boznaï en hun metgezellen, overeenkomstig hetgeen koning Darius gezonden had, het spoedig alzo gedaan.

14

En de oudsten der Joden bouwden, en zij hadden voorspoed door de profetie van Haggaï, de profeet, en Zacharia, de zoon van Iddo. En zij bouwden en voltooiden het, overeenkomstig het gebod van de God Israëls, en overeenkomstig het gebod van Kores en Darius en Arthahsasta, de koning van Perzië.

15

En dit huis werd voltooid op de derde dag van de maand Adar, dat was in het zesde jaar van het koninkrijk van koning Darius.

16

En de kinderen Israëls, de priesters en de Levieten, en de overige kinderen der wegvoering, hielden de inwijding van dit huis Gods met blijdschap.

17

En zij offerden bij de inwijding van dit huis Gods honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren; en tot een zondoffer voor geheel Israël twaalf geitenbokken, naar het getal van de stammen Israëls.

18

En zij stelden de priesters in hun afdelingen en de Levieten in hun beurten, voor de dienst Gods die te Jeruzalem is, gelijk geschreven is in het boek van Mozes.

19

En de kinderen der wegvoering hielden het pascha op de veertiende dag van de eerste maand.

20

Want de priesters en de Levieten hadden zich tezamen gereinigd; zij allen waren rein, en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der wegvoering, en voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf.

21

En de kinderen Israëls die uit de wegvoering teruggekomen waren, en allen die zich van de onreinheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd hadden om de HEER, de God Israëls, te zoeken, aten het.

22

En zij hielden het feest van de ongezuurde broden zeven dagen met blijdschap, want de HEER had hen verblijd en het hart van de koning van Assyrië tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis Gods, de God Israëls.